• Door naar de hoofd inhoud
  • Home
  • Over DeVerandermotOR
    • Visie, kernwaarden & werkwijze
    • Waarom DeVerandermotOR
    • Het team
    • Ervaringen
    • About (English version)
  • Onze expertise(s)
    • Verandertrajecten
    • Financiële analyses
    • Versterking medezeggenschap
    • Duurzame Inzetbaarheid
  • Nieuws & Inspiratie
    • Nieuwsbrieven
    • Blogs
    • Whitepapers
    • Boeken
    • Tip: Podcast
  • Contact

DeVerandermotOR

Header Rechts

085 080 56 66
[email protected]

de VerandermotOR

9 juni 2022

De financiële beleidscyclus is de basis van het OR-werk

Veel OR’s richten zich vooral op de achterban en het sociaal beleid. Logisch, omdat het als normaal wordt gezien dat de OR gekozen wordt om het belang van die achterban te behartigen. Dit is echter zonde, aangezien de meeste beslissingen gebaseerd worden op basis van financiële gegevens.

pilot advies of instemmingsplichtig

Belangrijke besluiten

Hoewel het medezeggenschapwerk zich concentreert rond HR-zaken, is de bestuurder vooral geïnteresseerd in de financiële kant van de organisatie. Alle besluiten die in een organisatie genomen worden, hebben een financiële onderlegger. Dit wordt ook wel de (financiële) business case genoemd. Elke advies- of instemmingsaanvraag moet daarom dus ook minimaal inzicht geven in deze business case. Daarom kan een OR niet om het cijferwerk heen. Door echt begrip van de cijfers te hebben, ontstaat ook meer ruimte om te praten over andere belangrijke dingen zoals het personeel. Natuurlijk zijn medewerkers belangrijk, maar om goed grip te krijgen op de organisatie is inzicht en kennis van financiën belangrijker. De basis hiervan ligt besloten in de financiële beleidscyclus.

De financiële beleidscyclus

De besturing van een organisatie vindt plaats volgens een vast aantal fasen. De concrete uitwerking kan per organisatie verschillen. De OR moet echter inzicht krijgen in deze stappen of fasen. Deze achtereenvolgende fasen worden ook wel “de financiële beleidscyclus” of de “Operationele cyclus” genoemd. Deze cyclus is gekoppeld aan de strategische cyclus.

In de financiële beleidscyclus wordt een verband gelegd tussen de langere termijn visie van de organisatie (het WAT, ook wel de strategie genoemd) en de operationele/korte termijn (het HOE, ook wel beleid genoemd). De OR dient inzicht te hebben in deze twee aspecten. Zowel de strategie als het beleid worden omgezet in financiële rapporten. Een begroting geeft inzicht in de verwachtingen voor de toekomst, het jaarverslag in hoe er in het verleden is gepresteerd en de managementrapportages hoe er in het heden wordt gewerkt.

Zonder kennis en inzicht in deze cyclus is het lastig om een mening te vormen over de situatie van de organisatie. De cyclus heeft namelijk als doel het bewaken en beheersen van de realisatie van de gestelde doelstellingen en het, waar nodig, bijsturen.

De OR

Als je als OR invloed wilt uitoefenen, is betrokkenheid in deze cyclus essentieel. De OR dient daarom aan de bestuurder te vragen om een overzicht van de planning van het jaarplan, de begroting, het budget, de managementrapportages en het opstellen van het jaarverslag. En dit wordt dan gekoppeld aan het opstellen van een strategisch plan.

Vervolgens kan de OR een eigen planning maken om op het juiste moment aangesloten te worden. Concreet betekent dit voor de OR:

  • Zorg dat je inzicht hebt in de strategische koers en de doelstellingen van de organisatie.
  • Maak een expliciet onderscheid tussen informatie uit het verleden, heden en de toekomst.
  • Voorkom dat je te veel gedetailleerde informatie opvraagt: welke informatie heb ik daadwerkelijk nodig en welke zijn meer omdat ik nieuwsgierig ben?
  • Zorg dat je inzicht hebt in de financiële beleidscyclus. Wanneer komt welke informatie en wanneer wil ik betrokken zijn? Stel vervolgens een jaarplanning op.

Dit artikel komt uit het AS-magazine #1 – april 2022

Geschreven door Rob Latten, organisatie-adviseur bij DeVerandermotOR. Leer meer over Rob bij "het team" of op LinkedIn.

Geplaatst in: Nieuws

24 mei 2022

Politiek Primaat en de OR

Als OR heb je op diverse onderwerpen instemmings- en/of adviesrecht. De bestuurder mag geen besluiten nemen voordat de correcte medezeggenschap procedures zijn doorlopen. Bij overheidsorganisaties is hierop een uitzondering. De positie van de OR bij besluiten die genomen zijn door democratisch gecontroleerde organen, is beperkt. Zoals het kabinet en de Staten-Generaal op landelijk niveau, en de gemeenteraad en het college van B&W op gemeentelijk niveau. In dat geval zijn zij niet verplicht de OR om advies te vragen of met de OR te overleggen. Toch? Het ligt iets genuanceerder.

pilot advies of instemmingsplichtig

Het politiek primaat

Bij het ontstaan van de Wet van ondernemingsraden (WOR) was uitgegaan van het idee dat de OR overal dezelfde rechten had; zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid. Dit bleek echter al snel niet gegrond. Binnen de overheid hebben we te maken met democratisch gekozen organen. Om te voorkomen dat de democratische besluitvorming tegengesproken wordt door de OR, is het primaat van de politiek vastgelegd in de WOR (artikel 46d onderdeel b). Het politiek primaat betekent dat de democratische besluitvorming voorrang heeft op medezeggenschap. Dit om onze democratie te waarborgen.

Wat kan de OR hier dan wel?

Alhoewel een OR bij besluiten van democratisch gekozen organen over het algemeen geen recht heeft op overleg of advies, is ook hier een uitzondering vastgelegd in de WOR. Wanneer een besluit gevolgen heeft voor het personeel heeft de OR wel recht op overleg en advies. Denk hierbij bijvoorbeeld aan besluiten rondom een reorganisatie of een herlocatie. Het politiek primaat gaat over de richting (de strategische besluitvorming), maar niet over de inrichting (gevolgen voor personeel en organisatie). Bij de inrichting is de OR dus wel betrokken.

Het politiek primaat in de praktijk

Wanneer wordt een beslissing gemaakt vanuit het politiek primaat (en heeft de OR dus geen rol)? Hier zijn wat voorbeelden om een duidelijker beeld te scheppen:

  • Het besluit om te investeren in een publiek zwembad. Aangezien dit om de begroting van een politiek orgaan gaat, is het dus een politieke afweging en heeft de OR hier geen adviesrecht.
  • Bij de politie werd een afdeling verplaatst naar een centrale locatie. Dit leek een besluit dat genomen was door de lokale eenheidsleider. Het besluit was echter onderdeel van de huisvestingsvisie van de hoogste baas van de politie: de politiechef. Deze politiechef valt onder verantwoordelijkheid van de minister en daarmee viel dit besluit onder het politiek primaat.
    Hoe om te gaan met personele gevolgen, is wel een onderwerp waarbij de OR betrokken dient te worden.

Reikwijdte van het Politiek Primaat

Het laatste voorbeeld laat zien dat in de huidige lijn van de rechtspraak het primaat van de politiek al snel aanwezig is. Dit lijkt in tegenstrijd te zijn met het uitgangspunt van het primaat.

Bestuurders worstelen soms nog met het vraagstuk hoe medezeggenschap en politiek primaat zich tot elkaar verhouden. Zo was er een situatie waarbij het besluit genomen werd voor een verplaatsing van rijksambtenaren naar een nog te renoveren gebouw. De bestuurder weigerde in deze situatie duidelijkheid te geven over welke rijksonderdelen hierheen verplaatst werden en om hoeveel medewerkers dit ging. De OR kon in dat geval dus ook niet mee overleggen of beslissen over specifieke bouwwensen die belangrijk zijn voor de medewerkers die daar komen te werken.

Als uitgangspunt heeft de wetgever aangegeven dat het primaat van de politiek niet verder mag strekken dan strikt noodzakelijk. Wanneer er beroep wordt gedaan op het politiek primaat, is noodzakelijk dat concreet onderbouwd wordt waarom de medezeggenschap in dat geval beperkt wordt. Daarnaast is het relevant of een besluit daadwerkelijk voldoende “politiek gehalte” heeft.

In bovenstaande situatie is de keuze van verplaatsen niet adviesplichtig, maar over de gevolgen voor het personeel had de bestuurder de OR wel moeten betrekken.

Op dit moment wordt door alle partijen sterk gezocht naar waar de grenzen van het primaat van de politiek liggen. Dat partijen (van rechter en onderzoekers tot wetgever) de concrete uitwerking van het primaat gaan veranderen, lijkt daarmee onvermijdelijk.

Heeft de OR adviesrecht of niet?

Er zijn een aantal vragen die de OR kan stellen om te bepalen of zij recht hebben op (gedeeltelijk) adviesrecht, of niet.

  1. Valt het besluit binnen Artikel 25 lid 1 van de WOR?
  2. Is het besluit tot stand gekomen in een politiek proces door democratisch orgaan?
  3. Zorgt het besluit (mede) voor gevolgen voor (de werkzaamheden van) het personeel?

Politiek Primaat

Als er bijvoorbeeld een besluit genomen is voor een herlocatie, heeft de OR alsnog inbreng over bijvoorbeeld reiskosten of andere zaken die geregeld moeten worden voor het personeel in kwestie. De bestuurder vindt vaak dat de OR daar dan niks meer van mag vinden, maar de OR heeft hier wel degelijk een formele rol.

Conclusie

Zet als OR het thema “politiek primaat” op de agenda en maak met de bestuurder heldere, procedurele afspraken. Zelfs als de bestuurder formeel de OR niet hóeft te betrekken, kan hij/zij dat nog steeds wel doen om enerzijds de kwaliteit van de besluitvorming te verhogen en anderzijds zorgen voor meer draagvlak. Heb je nog vragen over de rol van de OR in relatie tot het politiek primaat? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Geschreven door Bob van Weert, organisatie-adviseur bij DeVerandermotOR. Leer meer over Bob bij "het team" of op LinkedIn.

Geplaatst in: Nieuws

12 mei 2022

Werknemers duurzaam inzetbaar houden met het STAP-budget

Vanaf 1 maart 2022 konden mensen voor het eerst een aanvraag indienen voor het STAP-budget: een subsidieregeling voor scholing en ontwikkeling. Deze regeling vervangt de fiscale aftrek van scholingskosten. Elk jaar wordt hiervoor 218 miljoen beschikbaar gesteld door de overheid. Per persoon is dit maximaal 1.000 euro. Binnen twee dagen was het gehele budget op, maar gelukkig heeft de overheid het verspreid over vijf tijdvakken in het jaar, elke twee maanden.

Ondernemingsraad voor Dummies

Duurzame inzetbaarheid op macro-niveau

Aangezien de overheid een bijdrage levert aan het competent houden van mensen op de arbeidsmarkt, spreken we van duurzame inzetbaarheid op macro-niveau (nationaal) – op “grote” schaal dus. Hier moet ook op meso- (organisatie) en micro-niveau (individueel) aandacht voor zijn. Veel mensen denken bij duurzame inzetbaarheid aan gezondheid en vitaliteit, maar het is breder dan dat. Ook het ontwikkelen van kennis en vaardigheden valt onder duurzame inzetbaarheid.

De invloed van het STAP-budget op duurzame inzetbaarheid

Het STAP-budget is te gebruiken voor opleidingen of cursussen die de persoon in kwestie verder zouden kunnen brengen op de Nederlandse arbeidsmarkt; bijvoorbeeld om het personeelstekort te verhelpen, door een werknemer op te leiden voor een baan waar moeilijk iemand voor te vinden is. Maar het kan ook gaan om beroeps-specifieke ontwikkeling, waarbij huidige werknemers verder of breder opgeleid worden in het vakgebied waarin ze werkzaam zijn. Dit resulteert in werknemers die hun duurzame inzetbaarheid vergroten en met hun vakgebieden meegroeien.

De OR heeft vooral de taak om duurzame inzetbaarheid op meso-niveau te stimuleren. Maar hoe gaat dat in zijn werk?

STAP-budget op meso-niveau

Natuurlijk is het van belang dat werknemers de regie nemen over hun eigen loopbaan, maar ook de organisatie heeft er baat bij om het gebruik van het STAP-budget aan te moedigen.

De OR kan hierbij helpen en heeft een aantal mogelijkheden om het STAP-budget in het kader van duurzame inzetbaarheid te stimuleren binnen de organisatie.

De OR heeft namelijk een zorgplicht. Hieronder valt bijvoorbeeld het stimuleren van duurzame inzetbaarheid van de medewerkers, nu en in de toekomst. Zorg als OR voor bewustzijn over het STAP-budget voor je collega’s. Plaats bijvoorbeeld een bericht op intranet over hoe je collega’s aanspraak kunnen maken op het STAP-budget.

Daarnaast kan de OR overleggen met de bestuurder over de strategische koers van de organisatie. Het is aan de OR om duurzame inzetbaarheid hieraan te koppelen en te benadrukken hoe regelingen zoals het STAP-budget de organisatie verder kunnen helpen in zijn strategische koers. Er zijn namelijk ook regelingen op organisatieniveau, bijvoorbeeld de SLIM-subsidie.

Conclusie

Het STAP-budget biedt een kans voor veel mensen, waar je als OR op wilt inspelen door regelingen als het STAP-budget te stimuleren binnen de organisatie. Zo laat de OR zich van zijn proactieve kant zien en draagt hij bij aan de duurzame inzetbaarheid van de organisatie. De organisatie én de werknemer halen hier namelijk beide voordelen uit. De organisatie ontwikkelt de kennis die zij in huis heeft en de individuele medewerker versterkt zijn/haar positie, in de organisatie en op de arbeidsmarkt.

Als OR ook het STAP-budget binnen de organisatie stimuleren? DeVerandermotOR kan hier ondersteuning bij bieden.

Geschreven door Bob van Weert, organisatie-adviseur bij DeVerandermotOR. Leer meer over Bob bij "het team" of op LinkedIn.

Geplaatst in: Nieuws

15 maart 2022

De Ondernemingsraad voor Dummies

De Ondernemingsraad voor Dummies gaat al sinds 2010 heel Nederland door en heeft al veel mensen meer geleerd over de OR en alles wat daarbij komt kijken. Heb jij het al gelezen?

Ondernemingsraad voor Dummies

Waar gaat het over?

De ‘Voor Dummies’ boeken staan erom bekend dat ze vaak lastige stof op een fijne en duidelijk manier aan de lezer brengen. Teksten hebben een duidelijke opbouw en worden afgewisseld met plaatjes, symbolen en grafieken.

Begin dit jaar komt de tweede editie van de 3e druk van Ondernemingsraad voor Dummies uit, waarvan Rob Latten (DeVerandermotOR) de hoofdauteur is. Het boek geeft niet alleen een overzicht van de wetgeving rondom de OR, maar het gaat ook over aanpalende vakgebieden zoals het opzetten van een structuur of het organiseren van OR-verkiezingen. Uiteraard komt ook het medezeggenschapsspeelveld zelf aan bod. Want hoe voer je medezeggenschap nou eigenlijk goed uit? De toegevoegde waarde van de ondernemingsraad blijkt namelijk vooral uit goed overleg en samen optrekken.

Maar ik ben helemaal geen dummie

Toen het boek uitkwam, was er in eerste instantie wat weerstand. “Ik ben geen dummie,” werd er gezegd. Je zou denken dat de Ondernemingsraad voor Dummies enkel voor leken geschreven is, maar dit is een veel voorkomend misverstand. Er staat zoveel informatie in, dat ongeacht hoeveel kennis je al bezit, iedereen hier wat van kan leren. Daabij is het meer een overzichtswerk dat snel en toegankelijk inzicht geeft in de materie.

“Wat ik niet weet, meen ik ook niet te weten”

(Socrates)

Conclusie

Ondernemingsraad voor Dummies is handig, praktisch en up-to-date. Hierdoor weet je zeker dat je goed voorbereid aan het OR-werk kan beginnen. Daarnaast is het geschreven door gerenommeerde auteurs, trainers, adviseurs en bekenden in het vakgebied. Het is een aanrader voor zowel medezeggenschapsleden, als voor bestuurders en HR-adviseurs. Ook studenten van HR-opleidingen krijgen een goed beeld van het speelveld van de medezeggenschap. Al met al dus zeker een aanrader voor iedereen die veel te maken krijgt met de OR in zijn of haar werk.

Het boek

Dat elke onderneming met meer dan vijftig medewerkers in Nederland een ondernemingsraad moet hebben, is algemeen bekend. Maar dan? Hoe geef je de medezeggenschap vorm? Op welke manier steek je het overleg in? Wat zijn de taken en bevoegdheden van de bestuurder, de HR-manager en de ondernemingsraad? Deze nieuwe editie van 'Ondernemingsraad voor Dummies' geeft antwoord op al die vragen. Met als doel: het samen vormgeven van medezeggenschap door alle betrokken partijen.

Rob Latten is organisatieadviseur bij DeVerandermotOR. Vanuit die rol adviseert, traint en begeleidt hij ondernemingsraden, bestuurders en HR-managers in fusie- en reorganisatietrajecten.

Koop het boek hier www.ondernemingsraadvoordummies.nl

Geschreven door Rob Latten, organisatie-adviseur bij DeVerandermotOR. Leer meer over Rob bij "het team" of op LinkedIn.

Geplaatst in: Nieuws

14 maart 2022

Werken met Commissies

Ondanks alle nieuwe werkvormen, blijft het alom bekende werken met commissies toch populair. Het waarom, wat en hoe van het werken met commissies, wordt in deze blog besproken.

werken met commissies

Werken met commissies

Ondernemingsraden en bestuurders lopen regelmatig tegen problemen in het OR-werk aan. Van verschillen van inzicht in het vooropstellen van belangen tot het niet efficiënt werken en een gebrek aan professionaliteit. Vaak wordt dan een nieuwe structuur als dé oplossing gepresenteerd.

Misschien is het beter, voordat je met een nieuwe structuur begint, eerst na te denken wat de behoefte is. Waar gaat het mis? Wat moet verbeterd worden? Waar liggen de problemen? Waar liggen de oorzaken? Een OR is in dat geval vaak niet anders dan een gewoon team of organisatie met dezelfde opstart- of doorontwikkelingsproblemen. Dus wordt de oplossing gezocht in het aanpassen van de structuur. Immers, in de normale organisatie wordt ook direct gereorganiseerd als er geen zicht is op de problemen of als het management grip is verloren op de situatie. Voor een OR is het niet anders. Plotseling willen we allemaal “Agile” of “Scrum” werken. Of we willen een regie-OR, kern-OR, platform OR, Project-OR, Participantenraad, Netwerk-OR of helemaal afzien van een OR. Natuurlijk is het goed om ook de structuur ter discussie te stellen. Het begint echter bij wat er nu precies mis gaat en wat we daaraan kunnen doen. En soms werkt het dan beter om gewoon de “oude” bestaande en bewezen structuren te gebruiken: het werken met commissies

Het gebruik van commissies

De OR kan een aantal commissies instellen als dit nodig is, om te helpen bij het werk en de besluitvorming. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in een tweetal soorten commissies: een commissie voor het opdoen van kennis en vaardigheden en een commissie die voorbereidende werkzaamheden doet.

Het principe is en blijft dat de OR het besluitvormend orgaan is. Juist om het werk te verdelen en het nodig is om focus te zetten op sommige onderwerpen, kunnen commissies helpend zijn. Hiermee kun je als OR meer efficiënt werken. Dit heeft ook zijn weerslag in de bijeenkomsten van de OR zelf, want daar zullen discussies dan minder lang zijn.

Er zijn twee soorten commissies: vaste commissies en voorbereidingscommissies. Over het werken met verschillende soorten commissies, gaan we verder in in de whitepaper “werken met commissies”, die spoedig online komt.

Faciliteiten

Als OR’s werken met commissies, horen daar ook faciliteiten bij. Denk hierbij aan tijd, ruimte, materialen, toegang tot informatie etc. Een vaste commissie moet voor minimaal de helft uit OR-leden bestaan. Dat betekent dat de OR in een vaste commissie ook andere medewerkers kan benoemen. Van jongeren die graag van het OR-werk willen proeven, tot deskundigen uit de organisatie die de OR ook een inhoudelijke boost kunnen geven. Bij voorbereidingscommissies moet minimaal 1 OR-lid in de commissie benoemd zijn. Gezien de aard van de werkzaamheden wordt dit vaak gebruikt om medewerkers die interesse hebben in het project te laten participeren. Aan de andere kant zou je ook kunnen betogen om alleen mensen te benaderen die juist meer afstand hebben tot het onderwerp. In ieder geval zorgt dit principe ervoor dat je meer gedragenheid krijgt voor het OR-besluit.

Verder vallen alle commissieleden gewoon onder de Wet (WOR) en zijn de belangrijkste rechten ook op de commissie van toepassing, met uitzondering van wat bevoegdheden zoals het procesrecht. Dit is ook logisch omdat de OR het besluitvormend orgaan blijft. Aan de andere kant hebben de commissieleden recht op (aanvullend) drie dagen scholing per jaar, vallen zij onder de geheimhouding, worden gefaciliteerd in werktijd en genieten bescherming tegen ontslag vanwege hun medezeggenschapsactiviteiten. Externe leden mogen niet stemmen in de OR.

Werkwijze

Natuurlijk is het belangrijk goede werkafspraken te maken wanneer je als OR gaat werken met commissies. Feitelijk is het de OR die commissies instelt. Vervolgens wordt meestal aan het DB gevraagd om de aansturing van de commissies ter hand te nemen. Het gaat daarbij om het bilateraal overleg, de planning en de activiteitenlijst. Het DB functioneert dan als een soort stuurgroep terwijl de commissies als projectgroepen werken. De commissie heeft veelal ook een voorzitter en een secretaris. Maar anders dan de OR-voorzitter moet van deze functie vooral gedacht worden aan coördinerende werkzaamheden en het zijn van een aanspreekpunt voor de OR en het DB.

Commissies geven meestal terugkoppeling in de OR. Het is dan niet de bedoeling dat volledige discussies weer opnieuw gevoerd worden. Dan moet je als OR-lid zelf onderdeel van de commissie worden. Het gaat ook om vertrouwen en afdragen van verantwoordelijkheden. Wel is het van belang om tijdens de terugkoppeling te kijken of de commissie aan alle aspecten van het werk gedacht heeft.

Werkplan

Om als commissie aan de slag te kunnen, is het belangrijk ook een werkplan te maken. In dat werkplan wordt eerst beschreven wat de belangrijkste taak is. De taak is opgelegd door de OR. Vaste commissies wordt dan gevraagd de cyclische werkzaamheden uit te voeren en kennis op te doen. Terwijl aan de voorbereidingscommissies wordt gevraagd om een bepaalde taak in een bepaalde tijd af te ronden.

In het werkplan staat niet alleen de taakstelling maar ook de activiteiten die daarvoor nodig zijn, de teamleden en de faciliteiten die van toepassing zijn. Heel specifiek wordt ook het mandaat van de commissie in het instellingsbesluit en dus ook in het werkplan beschreven. Veelal gaat het dan om het informatie- en het overlegrecht. Commissies overleggen dan met de direct verantwoordelijken bij het onderwerp. Voor financiën de financiële directeur of controller, voor HR de HRM-adviseur, bij Arbo et cetera. Daardoor kan de commissie zich ook daadwerkelijk inhoudelijk verdiepen en een mening vormen.

Belangrijk is te realiseren dat het werken met commissies begint met een heldere opdracht vanuit de OR. Wat vindt de OR belangrijk en hoe moeten de commissies daar invulling aan geven? De OR zal daarom zijn visie en speerpunten eerst moeten benoemen en dat is voor de commissies de basis om te gaan werken.

Je kan meer leren over de verschillende soorten commissies, faciliteiten en de uitgebreide werkwijze + het werkplan, in onze whitepaper over “werken met commissies”

Geschreven door Rob Latten, organisatie-adviseur bij DeVerandermotOR. Leer meer over Rob bij "het team" of op LinkedIn.

Geplaatst in: Nieuws

13 maart 2022

Waarom is een organisatie veranderen toch zo lastig?

Het blijkt dat een organisatorische verandering in veel gevallen niet tot stand komen. Verandering is immers nog geen veranderen. Een organisatie veranderen blijft dus lastig. Welke strategie moet gevolgd worden? Welke organisatiestructuur en werkwijze sluiten hierop aan? Wat betekent dit voor de concurrentie en belangrijker nog: voor de klant? Is het financieel haalbaar? En hoe moeten de medewerkers zich aanpassen: meer flexibel, efficiënt, inzetbaar, ondernemend of klantgericht?

organisatie veranderen

Verandering is nog geen veranderen

Eenmaal een beeld hebben van waar de organisatie naar toe moet, betekent nog niet dat je daar dan ook al bent. Een organisatie veranderen biedt geen statisch toekomstplaatje: een blauwdruk met een rijtje voor- en nadelen, argumenten en berekeningen. Toch zijn veel managers juist bezig met deze verandering. Het rationeel afwegen van alternatieven, kansberekeningen en financiële doorrekeningen. Het veranderen zelf krijgt weinig aandacht. Dit veranderen is echter onlosmakelijk verbonden met het succesvol implementeren van de gewenste verandering. En hoewel iedereen een mening heeft over wat er moet veranderen, is er weinig tot geen discussie over de wijze waarop deze verandering in gang gezet moet worden.

Belangrijke denkers op het gebied van veranderingen, zoals Kotter, Boonstra, Mars en Cozijnsen, stellen allemaal ze dat het succes van de meeste verandertrajecten gering is. Het is breed geaccepteerd dat een meerderheid van de veranderinitiatieven niet leidt tot de vooraf verwachte resultaten. Google en je zult een waslijst aantreffen van voor- en nadelen en vooral ook over waarom verandertraject niet slagen. Is een organisatie veranderen daarmee een verspilling van tijd, energie en vooral kosten?

Buiten deze rationele aspecten zorgen de mislukkingen die om de hoek komen kijken wanneer we de organisatie veranderen ook nog voor frustraties, conflicten en verslechterde werkomstandigheden. Medewerkers worden sceptisch en de motivatie daalt. Reden te meer om niet alleen te kijken naar de gewenste verandering zelf, maar vooral ook naar het verandertraject dat daarvoor nodig is.

De organisatie veranderen brengt belemmeringen

Er is duidelijk te zien dat een deel van de faalfactoren o.a. voortkomen uit de onduidelijkheid van de nieuwe organisatie. Het gaat dan bijvoorbeeld om een gebrek aan een reden om te veranderen, een onduidelijke strategische koers of het verliezen van zicht op je eigen werk. Maar ook over de opstelling van leidinggevenden, de organisatiecultuur, macht, politiek handelen in de organisatie en onzekerheid over de toekomst.

Ook het veranderingstraject zelf kan problemen opleveren. Daarbij spelen vragen als: hoe kom ik van de huidige situatie naar de gewenste situatie? Is er voldoende steun voor de verandering? Worden de doelen helder gecommuniceerd? Is de verandering vooral top down neergezet? Krijgt het leidinggeven aan veranderingen voldoende aandacht?

Interessant is te zien dat vooral het verandertraject zelf de belangrijkste factor is voor het slagen van de verandering. Kort gezegd gaat het dan om het verandervermogen van de organisatie en de medewerkers. Zo is aangetoond dat het falen of het slagen van een verandering voornamelijk wordt bepaald door de houding en het gedrag van leidinggevenden en medewerkers t.o.v. die verandering. Natuurlijk moeten de “harde” factoren zoals structuur, strategie en processen op orde zijn. Succesvol veranderen begint echter met gemotiveerde medewerkers. Hoe meer medewerkers de behoefte voelen om de organisatie te veranderen, hoe groter het draagvlak is voor de verandering. Hoe hoger het draagvlak, hoe meer kans van slagen de verandering heeft. Het succesvol leidinggeven aan dit verandertraject moet dit geheel faciliteren.

De OR en actieve betrokkenheid

De basis van een goede verandering zit in de vernieuwing zelf. Wat is het probleem of de kans? Wat zijn de oorzaken? Welke mogelijke oplossingen zijn er? Is er een heldere strategie? Hoe wordt de organisatie ingericht? Is er een duidelijke (financiële) business case? Is er voor medewerkers een duidelijke stip aan de horizon? De OR kan hierin een goede rol spelen: vraag door op de voorgaande vragen en zijn de strategie (de “Wat”-vraag) en het beleid (de “Hoe”-vraag) helder?

De formele rol van de OR eindigt niet bij het uitbrengen van het advies, juist het verandertraject (implementatietraject) wordt apart in de WOR genoemd. Dit is niet voor niets en juist bedoeld om voor betrokkenheid te zorgen. Om er ook hierbij voor te zorgen dat de OR helpend is bij het slagen van een verandering, kan de OR:

  • Ervoor zorgen dat medewerkers actief betrokken worden bij de verandering en het verandertraject.
  • Zich als OR hard maken voor een communicatieplan dat niet alleen mensen informeert, maar ook actief betrekt bij de verandering.
  • Zelf een communicatieplan opstellen en daarnaar handelen.
  • Doorvragen op de fasering en planning van de verandering. Is het een realistische planning? Welke risico’s zijn er en hoe worden deze opgevangen?
  • Onderzoeken of de directie voldoende aandacht heeft voor de cultuur van de organisatie en bekijk hoe daar concreet aandacht aan wordt gegeven. Neem geen genoegen met: “cultuur vormt zich vanzelf” en “cultuur is een lastig te vangen begrip”.
  • Een mening hebben over leidinggeven aan verandering. Ben je ervan bewust dat leidinggeven aan een verandering, een specialiteit is. Dat doe je er niet zomaar bij.
  • Praat met de toezichthouders als je van mening bent dat de directie weinig aandacht geeft aan het verandertraject. Zit de juiste leidinggevende op de juiste plek? Een organisatie veranderen (veranderingstraject) vergt immers een andere stijl en manier van leidinggeven.

Geschreven door Rob Latten, organisatie-adviseur bij DeVerandermotOR. Leer meer over Rob bij "het team" of op LinkedIn.

Geplaatst in: Nieuws

  • « Ga naar Vorige pagina
  • Pagina 1
  • Interim pagina's zijn weggelaten …
  • Pagina 10
  • Pagina 11
  • Pagina 12
  • Pagina 13
  • Ga naar Volgende pagina »
Een greep uit onze opdrachtgevers:
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image
slider image

Contact

  • Algemene voorwaarden
  • Privacy-Statement
  • Disclaimer
  • Ervaringen
  • Kwaliteitseisen
  • Nieuwsbrieven

© Copyright 2022 - 2026 DeVerandermotOR · Alle rechten voorbehouden





Wij gebruiken cookies op onze website. Door op 'oké' te klikken of door gebruik te blijven maken van deze website, gaat u hiermee akkoord. Klik hier voor meer informatie.